Een praktijkvoorbeeld van samenwerken met verschillende breinen
Wat als we werk anders inrichten? Niet vanuit wat ‘normaal’ is, maar vanuit wat mensen nodig hebben om goed te functioneren? Die vraag stond centraal op de set van de bioscoopfilm KAIN, die op 2 april – Wereldautismedag – in première gaat. De film is bijzonder omdat niet alleen het verhaal draait om autisme, maar omdat mensen met autisme ook daadwerkelijk meespelen en meewerkten aan de productie. Het is voor het eerst dat in een Nederlandse film een acteur met autisme de hoofdrol speelt. Acteur Daniël Gellvoet brengt zijn eigen ervaringen tot leven, samen met acteurs als Barbara Sloesen, Malou Gorter, André Dongelmans en Peter Blok. Het resultaat is een film die laat zien hoe het is om je weg te vinden in een wereld die vaak niet op jou is ingericht.
‘Er is veel onbenut talent onder mensen met een divergent brein. Projecten als KAIN laten zien wat er mogelijk is als je de omgeving aanpast in plaats van de persoon.’
Sander Begeer, wetenschapper
Maar minstens zo interessant is wat er achter de schermen gebeurde. Want waar nog steeds de meeste werkplekken, en zeker filmsets, zijn ingericht op een neurotypische manier van werken, koos het team van KAIN bewust voor een andere aanpak. Neurodivergente en neurotypische cast en crew werkten hier intensief samen, met aandacht voor ieders behoeften, grenzen en talenten.

Still uit de film KAIN
Om te begrijpen wat dat oplevert, spreken we met de mensen die aan de basis stonden van de film: hoofdrolspeler Daniël Gellvoet, regisseur Gabriel Bauer, producent Wiendelt Hooijer, wetenschapper Sander Begeer en scenarist en coproducent Aliefka Bijlsma, die het scenario schreef met Ellen Barendrecht en de film produceerde met Mildred Roethof. Ieder van hen keek vanuit een andere rol naar dezelfde vraag: hoe werk je goed samen als iedereen anders denkt, voelt en werkt?
Een persoonlijk verhaal als vertrekpunt

Still uit de film KAIN
De basis van KAIN ligt bij Daniël zelf. Hij had al langer de wens om een film te maken over zijn leven. Over zijn worsteling met de samenleving die hem niet als normaal ziet en waarom hij niet kan zijn wie hij is? Rollen bleven uit, maar de drang om te vertellen niet. Wat begon als een persoonlijk idee, groeide uit tot een gezamenlijk project. Regisseur Gabriel Bauer over zijn eerste ontmoeting met Daniël: ‘Ik had een vrij klassiek beeld van autisme,’ zegt hij. ‘Maar Daniël is extravert, aanwezig, bijna theatraal. Dat paste totaal niet in dat beeld. Juist dat maakte me nieuwsgierig.’ Volgens Gabriel zit daar meteen de kern van de film: het doorbreken van aannames. ‘We denken vaak dat we weten hoe iemand met autisme is. Maar dat beeld is heel beperkt.’
Die beperkte beeldvorming ziet ook Sander Begeer, die als wetenschapper al jaren onderzoek doet naar autisme. ‘We komen uit een tijd waarin autisme vooral als stoornis werd gezien,’ legt hij uit. ‘Nu kijken we steeds meer naar neurodiversiteit: het idee dat verschillende breinen elkaar juist kunnen versterken. Maar die omslag is nog lang niet overal gemaakt.’
Die andere manier van kijken vertaalde zich naar de werkwijze op de set. Waar filmproducties normaal draaien op tempo en efficiëntie, koos dit team er bewust voor om eerst te vertragen. Scenarist en producent Aliefka Bijlsma zag hoe essentieel die fase was. ‘We hebben uitgebreid de tijd genomen om elkaar te leren kennen,’ vertelt ze. ‘De vraag ‘wat heb jij nodig om je werk goed te kunnen doen?’ stond centraal. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het in de praktijk vaak niet.’
‘Je bent continue aan het afstemmen. Dat kost energie, maar het levert ook iets op. Je wordt je veel bewuster van elkaar.’
Aliefka Bijlsma, producent

Still uit de film KAIN
Die gesprekken gingen niet alleen over praktische zaken, maar ook over gevoeligheden, grenzen en voorkeuren. Wat helpt je om te focussen? Waar raak je overprikkeld van? Hoe werk je het liefst samen? Volgens producent Wiendelt Hooijer zorgde juist die investering aan de voorkant voor rust later in het proces. ‘Na die gesprekken voel je meer vrijheid en ruimte voor creatie. En die ruimte heb je nodig om goed samen te werken.’
Al snel werd duidelijk dat er geen standaardaanpak mogelijk was. Wat voor de één werkt, kan voor de ander juist niet werken. Regisseur Gabriel Bauer merkte dat bijvoorbeeld in het werken met de acteurs. ‘Daniël speelt elke take anders. In film wil je juist consistentie, maar hij volgt zijn gevoel. Dat dwong ons om onze manier van draaien aan te passen.’
Andere acteurs hadden weer andere behoeften. Sommigen wilden scènes terugzien, anderen juist niet. Kleine dingen, zoals kleding, geluid of eetmomenten, konden een groot verschil maken in hoe iemand functioneerde. Aliefka: ‘Je bent continu aan het afstemmen. Dat kost energie, maar het levert ook iets op. Je wordt je veel bewuster van elkaar.’
Een filmset kan een overweldigende plek zijn. Er zijn veel mensen aanwezig en veel verschillende werkzaamheden tegelijk. Vaak met veel beweging en geluid. Gabriel: ‘Dat hebben we geprobeerd op de vangen door bijvoorbeeld lichtstatieven op tennisballen te plaatsen waardoor het verplaatsen van de statieven minder herrie maakt. Maar ook door zoveel mogelijk te fluisteren en met zo min mogelijk mensen aanwezig te zijn. Eigenlijk was dat voor iedereen prettig, ik kon me daardoor een stuk beter concentreren.’
Ook was er extra begeleiding op de set en een aparte ruimte om te ontprikkelen. ‘Daar kon ik even alleen zijn, met mijn eigen rituelen en gedachten,’ aldus Daniël die op de filmset een begeleider had. Daniël: ‘Alles tussen ‘action’ en ‘cut’ is mooi. De rest is pure verwarring.’
Daarom werden er bewuste keuzes gemaakt: kortere draaidagen, meer rustmomenten en duidelijke structuur. Geen luxe, maar randvoorwaarden om goed te kunnen werken.
Volgens Wiendelt zit daar een bredere les in. “Ik geloof in vertraging. Als je de tijd neemt om dingen goed te organiseren en op elkaar af te stemmen, werk je uiteindelijk efficiënter.”

Still uit de film KAIN
Maskers en echtheid op de werkvloer
Veel mensen passen zich op een werkvloer aan zonder daar bewust bij stil te staan. Ze spelen een rol die past bij de omgeving. Voor mensen met autisme kost dat vaak veel meer energie.
Sander: ‘Mensen met een gemiddeld of neurotypisch brein schakelen de hele dag tussen rollen. Voor veel mensen met autisme is dat moeilijker of uitputtend. Dat is ook een reden waarom mensen uitvallen op de werkvloer.’ Daniël kan dat maskeren nauwelijks. En juist dat maakt hem soms confronterend voor anderen. Gabriel: ‘Hij voelt feilloos aan wanneer iets niet oprecht is. Daar kan hij niet goed mee omgaan. Dat dwingt iedereen om eerlijker te zijn.’
Het roept een fundamentele vraag op: hoe normaal is het eigenlijk dat we ons continu aanpassen?
Authenticiteit als kracht
Wat KAIN uiteindelijk onderscheidt, is de mate van echtheid. Veel scènes zijn gebaseerd op echte ervaringen en gesprekken. De acteurs brengen niet alleen een rol, maar ook hun eigen perspectief mee. Sander ziet daarin de grote waarde van het project. ‘Deze film is niet gemaakt óver mensen met autisme, maar mét hen. Dat zorgt ervoor dat je geen karikatuur krijgt, maar een mens.’ Het resultaat is een film die niet probeert autisme uit te leggen, maar het laat ervaren.
Autisme Werkt
Onderzoeker Sander Begeer (Vrije Universiteit Amsterdam) zet met het project Autisme Werkt in op een autismevriendelijke arbeidsomgeving binnen alle sectoren in Nederland.
Ga voor meer info naar www.autismenetwerkt.nl
Als iedereen meedoet, levert dat veel op
Deze manier van werken was voor de makers een experiment, maar het leverde meer op dan verwacht, aldus Wiendelt: ‘Je krijgt mooie werkprocessen als je kijkt naar waar zit ruimte in de wijze waarop wij werken? Deze film heeft me op menselijk vlak veel geleerd. En dat je door ruimte te geven aan verschillen, uiteindelijk beter samenwerkt.’
Sander plaatst het in een bredere context: ‘Er is veel onbenut talent onder mensen met een neurodivergent brein. Projecten zoals deze laten zien wat er mogelijk is als je de omgeving aanpast in plaats van de persoon.’
KAIN is daarmee meer dan een film over autisme. Het is ook een spiegel voor hoe we werk organiseren. De vraag die op de set centraal stond, is er één die voor elke organisatie relevant is: wat gebeurt er als je mensen niet probeert te laten passen in het systeem, maar het systeem aanpast aan de mens? Of, zoals Aliefka het samenvat:
‘Als je ruimte maakt voor wie iemand echt is, ontstaat er vanzelf iets moois.’
Vanaf 2 april is de film KAIN te zien in de Nederlandse bioscopen.
Bekijk hier de trailer