De deur naar zorg
moet altijd open staan

voor een goede overgang naar een zelfredzaam volwassen leven

Interview met
Hans Spigt
voorzitter Jeugdzorg Nederland

Tekst: Judith van Vliet
Fotografie:
Nathan Mooij

Thuiszitten, online lessen, avondklok; allemaal maatregelen die ertoe hebben geleid dat steeds meer professionals in de jeugdzorg de noodklok luiden over een groeiende groep jongeren met depressieve klachten, angststoornissen, vereenzaming. Om nog maar te zwijgen over de stijging van huiselijk geweld waarvan kinderen en jongeren slachtoffer zijn, of jongeren die van de radar verdwijnen omdat de dagelijkse gang naar school, een veilige haven, niet gemaakt wordt. Daarnaast loopt de jeugdwerkloosheid snel op; uit cijfers van het CBS blijkt dat tussen februari en juni 2020 het aantal werkloze jongeren met 62.000 is gestegen.

Hans Spigt weet als geen ander hoe omvangrijk de problemen zijn. Als voorzitter van Jeugdzorg Nederland, de branchevereniging van zo’n negentig organisaties die zich bezighouden met jeugdopvoeding-en jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering, verschijnen de verontrustende cijfers dagelijks op zijn scherm. Hij haalt de woorden aan van Arne Popma, hoogleraar kinder-en jeugdpsychiatrie: “Het aantal kinderen met dusdanig ernstige angstklachten dat er op zijn minst hulp aangeboden zou moeten worden, verdubbelde gedurende de eerste lockdown van 8% naar 16% van de kinderen. Dat is toch een behoorlijk signaal.”

Jongeren met psychische klachten ten gevolge van corona, vormen een nieuwe, extra groep, voor een deel bestaand uit adolescenten die nog niet eerder met jeugdzorg te maken hebben gehad. Spigt legt uit: “Bij de jongeren die al bekend waren, kunnen we sneller reageren op vragen of problemen. Het gaat juist om de groep die we nog niet in beeld hadden; jongeren die dóór corona problemen ontwikkelen als bijvoorbeeld gameverslaving, drugsverslaving, angststoornissen. Het zijn de jongens en meisjes die daar niet zelf uitkomen bij wie we straks de gevolgen gaan zien.” Dromen over de toekomst is bij deze jongeren minder vanzelfsprekend; het afgelopen jaar hebben 20.000 mbo-studenten geen stageplek kunnen vinden omdat die simpelweg ophield te bestaan door corona, of omdat de stagebedrijven failliet gingen. En met de jeugdwerkloosheidscijfers die naar een recordaantal zijn gestegen, ligt de wereld niet direct aan hun voeten.

Zelfredzaamheid

Toch is Hans Spigt geen doemdenker. “Het grootste deel van de jeugd heeft de veerkracht om straks, als de maatregelen teruggedraaid kunnen worden, de draad weer op te pakken. Zij zullen geen last houden van de pandemie. Maar er is ook een groep die minder weerbaar is, minder zelfredzaam, en daar moeten we actie op gaan ondernemen.”

Daarmee zijn we aangeland bij een kernbegrip in de jeugdzorg. Zelfredzaamheid. Want ook zonder corona is er een groep kwetsbare jongeren die in de fase naar volwassenheid toe, moeilijkheden ondervindt. Spigt: “Ongeveer 15% van de jongeren heeft problemen: een moeilijke thuissituatie, financiële zorgen, schooluitval, psychosociale- of verslavingsproblemen. Voor die groep is de overgang naar volwassenheid, met een wettelijke verantwoordelijkheid bij 18 jaar, een ingewikkelde periode.”

In november 2017 werd de Landelijke Aanpak 16-27 gelanceerd. Hierin werkt een aantal ministeries en sectoren samen om de ontwikkeling naar volwassenheid bij jongeren in een kwetsbare positie te ondersteunen. Jeugdzorg Nederland is één van de deelnemende partijen, evenals de convenantpartijen Divosa en VNG.

Tussen wal en schip

Jongeren met een psychische kwetsbaarheid vallen tot hun 18e jaar onder de Jeugdwet; gemeenten zijn verantwoordelijk voor ondersteuning en zorg aan jongeren en ouders bij opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. Als deze jongeren 18 jaar worden, gaan ze van de relatief ‘beschermende omgeving’ van school en jeugdhulp, naar de Wmo en de Participatiewet. Ze krijgen te maken met regelingen en instanties die gericht zijn op volwassenen en een zekere mate van zelfredzaamheid vragen. Jongeren in een kwetsbare positie lopen hierdoor het risico om tussen wal en schip te raken. Hans Spigt: “Het is natuurlijk een vreemde situatie dat ervan uitgegaan wordt dat iedere jongere vanaf de dag dat hij of zij 18 wordt, in staat is om de overstap te maken naar de volwassen wereld. Ik ken weinig ouders die hun kind op hun 18e verjaardag met een koffer buiten de deur zetten met de boodschap dat ze het nu zelf moeten gaan organiseren in het leven. Laat staan dat we dit van kwetsbare jongeren kunnen verwachten. In de Aanpak 16-27 worden mogelijke handvatten besproken over hoe dit op te pakken met deze adolescenten.”

Integrale ondersteuning tot 23 jaar

“We pleiten ervoor de leeftijd waarop je jeugdhulp kunt ontvangen, te verhogen naar 21 of 23 jaar. Maar daarmee zijn niet alle problemen opgelost, omdat 18 jaar ook in andere landen de overgang naar volwassenheid -ook wettelijk gezien- markeert en daar hebben we in Nederland rekening mee te houden”. Spigt is een voorstander van het ‘arrangement tot 23’. Daarmee doelt hij op een op de persoon toegesneden aanpak die doorloopt tot het 23e levensjaar, waarbij de jongere in kwestie door middel van een integrale ondersteuning vanuit de zorg, huisvesting, opleiding, werk en inkomen, een op hem of haar toegepaste route uitstippelt. Zo is het mogelijk om de overgang naar volwassenheid en zelfredzaamheid zo soepel mogelijk te laten verlopen. “En dan is het helemaal niet gezegd dat een jongere tot zijn 23e zorg binnen de muren van een instelling moet blijven ontvangen, maar het is handig dat er een doorlopende lijn blijft voor bepaalde onderdelen van die zorg.”

Spigt is een groot pleitbezorger van het Persoonlijk Ontwikkelingsplan (POP). “Ieder kind zou er één moeten hebben. Hoeft helemaal geen officieel document te zijn, een dagboek waarin ervaringen, levensvragen of toekomstdromen zijn opgetekend, is wat mij betreft al een toekomstplan of POP.” Het nut van een Persoonlijk Ontwikkelingsplan binnen het professionele werkveld is alom bekend, maar met name voor de groep jongeren bij wie de gesprekken aan de keukentafel met ouders over de toekomst niet gebruikelijk zijn, zou het een uitkomst bieden. Spigt: “In een normale gezinssituatie wordt een jongere op natuurlijke wijze steeds zelfstandiger. Waar je als ouder eerst nog meegaat naar de huisarts, komt er een moment dat het kind dat alleen doet. Dat is op zich geen enorme mijlpaal, maar wel een sleutelmoment in zijn of haar leven omdat het een stapje is naar zelfredzaamheid.”

Het convenant kan met de expertise van Jeugdzorg Nederland veel eerder in de ontwikkeling van jongeren met een psychische kwetsbaarheid integraal aan de slag met passende scholing of werk

Maar die vanzelfsprekende leercurve is niet voor alle jongeren weggelegd. Sommigen behoeven ondersteuning, onder andere op het gebied van opleiding en werk. “Natuurlijk zullen sommige wensen die kwetsbare jongeren hebben voor de toekomst soms niet realistisch zijn. Als je een visuele beperking hebt, kun je nu eenmaal geen piloot worden. Dan is het zaak als hulpverlener, vertrouwenspersoon, of verzorger om de verwachtingen bij te stellen. Maar dat neemt niet weg dat er nog legio mogelijkheden zijn, ook al verlaat je dan het reguliere onderwijs-of werkpad.” Zo is het mogelijk om een aangepaste opleiding te doen. Hoewel de prioriteit bij opleidingsinstituten misschien ligt bij het behalen van een startkwalificatie van hun leerlingen, komt er steeds meer aandacht voor alternatieve studieroutes. Of aangepaste stages. Of een baan die voor een jongere met een psychische beperking wordt gecreëerd.

Open deuren naar zorg

Hans Spigt, na een moment van stilte: “Ik hoorde het volgende verhaal in een sportprogramma. Ken je Lutsharel Geertruida, voetballer van Feyenoord? Die jongen lijkt alles mee te hebben; uitstekende staat van dienst, populair, mooi beroep. Maar durft niet voor de camera te verschijnen. En waarom niet? Hij stottert. Hij schaamt zich misschien, voelt zich niet goed in zijn vel over zijn beperking. Soms zijn de psychische problemen of de gevolgen daarvan niet 1, 2, 3 zichtbaar. Geertruida heeft er zelf voor gekozen niet via live media te communiceren. Zo beschermt hij zichzelf met hulp van de club. Hij heeft zelf de regie en wordt daarin gesteund door zijn omgeving en dat heeft niet iedereen.”

De organisaties die gezamenlijk Jeugdzorg Nederland vormen staan vooraan in de rij als het gaat om het zoeken naar en bieden van oplossingen voor adolescenten die ondersteuning nodig hebben in de overgangsfase naar volwassenheid. Mentaal, maar ook praktisch, zoals in de zoektocht naar werk. Juist hierom is de deelname aan de Projectgroep Jongeren in het convenant ‘Samenwerken aan wat werkt!’ een logische. Hans Spigt: “Omdat onze organisaties werken onder het regime van de Jeugdwet (dus voornamelijk voor jongeren onder de 18 jaar), lijkt een samenwerking met het convenant niet voor de hand liggend. Maar je gaat niet pas werk zoeken als je 18 plus bent, dat traject begint natuurlijk veel eerder, en de ondersteuning daarin ook. In die zin kan het convenant met behulp van de expertise van Jeugdzorg Nederland veel eerder in de ontwikkeling van jongeren met een psychische kwetsbaarheid integraal aan de slag met het vinden van passende scholing of passend werk.”

Die integrale aanpak, dat is een stokpaardje van Hans Spigt. “Mijn grootste taak is eigenlijk, om te zorgen dat alle deuren naar jeugdhulp wagenwijd openstaan en open blijven staan, ook al zijn jongeren de leeftijdsgrens van 18 jaar gepasseerd. Dat we door middel van een samenwerking tussen organisaties uit de verschillende leefdomeinen, of dat nu huisvesting, veiligheid, zorg, onderwijs of werk en inkomen is, met elkaar de ondersteuning bieden die de jongere nodig heeft. Zodat die zelfredzaamheid binnen handbereik komt.”

Hans Spigt

Meer lezen over dit onderwerp

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on whatsapp
Share on print