Meedoen | Meedelen

Een betere verdeling van kosten en baten

Interview met
Femke van Nassau en Yvonne Noteboom
onderzoekers van het Amsterdam UMC

Tekst: Liesbeth van den Bosch
Illustratie: Maarten Pathuis
Fotografie: Nathan Mooij

Vele onderzoeken en ervaringen uit de praktijk laten er geen misverstand over bestaan: voor mensen met een psychische kwetsbaarheid kan arbeid een goed medicijn zijn. Een baan geeft zin aan het dagelijks bestaan, is een reden om uit bed te komen en zorgt voor sociale contacten. En dat heeft zelfs zo’n positieve invloed op de mentale gezondheid dat de zorgvraag van GGZ-cliënten bijna halveert als zij werk hebben. Toch blijkt uit de cijfers van GGZ dat veel cliënten geen baan hebben. Bijna zestig procent van alle GGZ-kosten wordt gemaakt door mensen met een uitkering. Deze kosten zijn daarmee per uitkeringsgerechtigde ongeveer negen keer hoger dan voor mensen met een baan. Tijd om het tij te keren! Dat blijkt echter nog niet zo gemakkelijk en dat heeft onder andere te maken met geld en de verdeling daarvan.

Veel uitkeringsgerechtigden met psychische problemen willen graag aan het werk, maar krijgen daarvoor onvoldoende kansen. En dat komt doordat het vinden van een geschikte baan tijd en inzet kost en dus geld. Vaak is begeleiding nodig om een passende werkplek te vinden. Daar zijn potjes voor, maar nu zijn er verschillende potjes bij diverse instanties en daardoor gaat veel tijd verloren met het aan elkaar knopen van deze verschillende potjes en het vinden van financiering.

In het project Meedoen | Meedelen gaan UWV, gemeenten, de GGZ en zorgverzekeraars samenwerken om de verschillende, bestaande geldstromen samen te voegen tot één geldstroom die bestemd is om mensen met een psychische kwetsbaarheid naar werk te begeleiden. Belangrijk uitgangspunt hierbij is dat de kosten en de baten onderling verdeeld worden.

Dit idee komt voort uit het convenant Samen Werken aan wat Werkt waarbij de verschillende leden van het convenant (de Nederlandse ggz, UWV, Cedris, Divosa, Mensen met Mogelijkheden, MIND, Valente, Stichting Samen Sterk zonder Stigma, de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten en werkgeversvereniging AWVN) hun samenwerking steeds verder in de praktijk willen brengen. Onder leiding van Diederik de Klerk van Divosa zijn de eerste gesprekken gevoerd met vier arbeidsmarktregio’s en nu gaan onderzoekers Femke van Nassau en Yvonne Noteboom van het Amsterdam UMC deze vier regio’s ondersteunen om tot ‘shared savings’-afspraken te komen en deze vervolgens te evalueren.

Wat betekent ‘shared savings’?

‘Shared savings’ wordt ingezet als instrument om te komen tot betere kwaliteit van zorg tegen relatief minder kosten. Concreet gaat het om afspraken, waarbij partijen samen een kostenombuiging proberen te bereiken en deze delen.

Femke van Nassau

Ze zullen onderzoeken wie welke rol speelt in de trajecten om GGZ-cliënten te begeleiden naar werk en welke financiën daarmee zijn gemoeid. Met deze gegevens gaan zij rekenen om uiteindelijk inzicht te krijgen in wat de kosten en de baten zijn van zo’n traject en wie de kosten en de baten nu betaalt en ontvangt. “Met het project Meedoen | Meedelen ligt er echt een kans om het verschil te maken voor de GGZ-cliënt,” aldus onderzoeker Femke van Nassau van het Amsterdam UMC. Hoe de lasten en de baten precies verdeeld moeten gaan worden tussen de zorgverzekeraars, de GGZ, UWV en gemeenten gaan Femke van Nassau en haar collega Yvonne Noteboom berekenen. Het einddoel heeft Van Nassau duidelijk voor ogen: “We onderzoeken hoe instanties niet meer naast elkaar werken, maar samen kunnen gaan werken. Nu doet ieder het op zijn eigen manier en er bestaan verschillende trajecten om mensen naar werk te begeleiden. Die verschillende werkwijzen gaan vaak niet samen, of sluiten niet altijd goed op elkaar aan. Ook de financieringsstromen lopen als het ware naast elkaar, het is niet één grote stroom. Kortom, we willen ontschotten.”

De financiering van de zorg in Nederland verloopt via allerlei kanalen. Per kanaal wordt zo goed mogelijk afgebakend wie toegang heeft tot dat kanaal. Dit afbakenen leidt tot schotten. Waar je bij een kanaal met water denkt aan een kade en houten schotten, zijn dat hier de regels en procedures die bepalen wie waar en wanneer recht op heeft, wie dat mag uitvoeren, wie verantwoordelijk is voor de vergoeding en wie deze ontvangt.

Het zijn dus precies deze verschillende schotten die het ingewikkeld maken om een GGZ-cliënt een traject aan te bieden om aan werk te komen. Yvonne Noteboom: “We willen de verschillende financieringen samenbrengen. En vervolgens willen we afspraken maken over de investeringen die aan het begin van een traject plaats vinden. De kosten gaan voor de baten uit. Zowel GGZ, UWV als gemeenten moeten investeren in een cliënt bij de begeleiding naar passend werk. Dat zijn de investeringen aan de voorkant.

Pas na een tijdje gaat deze investering geld opleveren, namelijk zodra de cliënt een baan heeft, minder zorg nodig heeft en misschien zelfs helemaal uit de uitkering komt. Dat geld komt nu niet terecht bij de GGZ of bij de gemeente die aan de voorkant heeft geïnvesteerd, de kosten en de baten vallen dus scheef. Dat moeten we eerlijker gaan verdelen. De vraag is: waar vallen de winsten en hoe kunnen we die op een duurzame manier laten terugvloeien in de zorg?”

"De vraag is: waar vallen de winsten en hoe kunnen we die op een duurzame manier laten terugvloeien in de zorg?”

In arbeidsmarktregio’s Noordoost Brabant, Friesland, Den Haag en Leiden gaan Van Nassau en Noteboom starten met het maken van een blauwdruk: hoe kom je in een regio tot zulke afspraken? Deze blauwdruk kan daarna gebruikt worden om dit proces ook in andere regio’s uit te rollen. Door zowel met UWV, GGZ, gemeenten als zorgverzekeraars per arbeidsmarktregio om de tafel te gaan, kunnen ze het hele spectrum in kaart brengen dat een rol speelt in het begeleiden van mensen met een psychische kwetsbaarheid naar werk. In een aantal arbeidsmarktregio’s werken UWV, GGZ en gemeenten samen. Dat nu ook de zorgverzekeraars aanschuiven, is een belangrijke stap om de kosten en baten eerlijker te kunnen verdelen. Van Nassau: “In deze vier regio’s gaan we nu een verkenning maken om het rekenplaatje rond te krijgen en om ieders rol en aandeel te kunnen bepalen. Op basis van die gegevens gaan wij aan het rekenen, zodat we een prognose kunnen maken.”

Noteboom: “Je merkt in de gesprekken die we voeren dat mensen enthousiast zijn. Er liggen echt kansen voor mensen met een psychische kwetsbaarheid om aan het werk te gaan, maar het systeem is nu te complex. Het idee is om duidelijke afspraken met elkaar te maken waardoor de uitvoering in elk geval eerlijker en transparanter wordt.” Van Nassau vult aan: “Die uitkomsten zullen niet voor alle instanties even leuk zijn, maar het hoort wel bij het proces. Dat is een uitdaging in dit project. We gaan de berekeningen doen en daar komt een plaatje uit. Dan moeten we steeds met elkaar om de tafel over de vraag welke afspraken we hierover met elkaar kunnen maken? Dat zijn wel spannende stappen om te zetten. Wij weten ook nog niet precies hoe dat plaatje per arbeidsmarktregio eruit gaat zien, dat is maatwerk. Het is altijd spannend hoe mensen daar uiteindelijk in de praktijk op reageren.”

Yvonne Noteboom

Begin 2021 willen Van Nassau en Noteboom de afspraken per regio rond hebben. De onderzoekers gaan ervan uit dat tussen de honderd en honderdvijftig mensen in anderhalf jaar tijd gaan instromen in de shared savings-afspraken. Vervolgens zullen ze drie jaar lang deze mensen volgen en onderzoeken hoe de kosten en de baten per persoon uitvallen. Zo kunnen ze kijken of de kosten en besparingen die ze bedacht en berekend hebben, ook kloppen. Van Nassau: “Het uiteindelijke doel is om een integrale samenwerking op te zetten in de regio’s waarbij de instantie die uiteindelijk de baten krijgt, ook investeert in het traject. Op die manier willen we de begeleiding naar werk voor mensen met psychische kwetsbaarheid borgen voor de lange termijn. Nu stopt het hele traject vaak zodra een subsidie afloopt. Dat is jammer. Ook de ervaringen van de cliënten en zorgmedewerkers nemen we mee om te onderzoeken of deze manier van werken aansluit bij de doelgroep en of het voor hen ook de voordelen biedt die we van tevoren hebben bedacht. Uiteindelijk hopen we dat de verschillende betrokken instanties elkaar beter weten te vinden en dat er minder bureaucratische rompslomp bij komt kijken. En dat daardoor een GGZ-cliënt sneller kan starten met een traject om werk te vinden en zich dus ook sneller mentaal beter gaat voelen. Dat is uiteindelijk waar we het voor doen!”

Arrow zwart
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on whatsapp
Share on print