Van behandelen en genezen naar maatschappelijk herstel

Zorgverzekeraar sluit met deze visie aan bij convenant Sterk door Werk

Interview met
Gerjan Prins
, namens Zorgverzekeraars Nederland

Tekst: Judith van Vliet
Fotografie:
Nathan Mooij

Het is maandagochtend 9.00 uur en Gerjan Prins -in het dagelijks leven strategisch alliantie manager bij zorgverzekeraar VGZ, maar vandaag sprekend voor de branchevereniging Zorgverzekeraars Nederland (ZN)- zit klaar om tekst en uitleg te geven over de toetreding van ZN tot het gloednieuwe convenant Sterk door Werk 2021-2024. Op 26 januari jongstleden schoof de brancheorganisatie voor het eerst aan de bestuurlijke vergadertafel van het convenant aan. En dat lag een beetje in de lijn der verwachting. Afgelopen zomer hebben de zorgverzekeraars hun gezamenlijke visie over de toekomst van de ggz gedeeld en hierin stellen zij dat het heersende beeld over de functie van de ggz bijgestuurd moet worden. Van behandelen en genezen verschuift de focus naar werken aan een maatschappelijk herstel voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. Een prima uitgangspunt om samenwerking met het convenant -een overeenkomst tussen 11 leden ter bevordering van duurzaam werk voor mensen met een psychische kwetsbaarheid- aan te gaan.

Psychische zorg daalt door baan

De verschuiving naar maatschappelijk herstel van de ggz-cliënt als prioriteit komt niet uit de lucht vallen. Gerjan Prins is al meerdere jaren betrokken bij een regionaal pilotproject voor re-integratie van mensen met een psychische kwetsbaarheid. “We weten al veel langer dat er een verband is tussen uitkeringen en ggz-zorg. Mensen met een psychische aandoening hebben een kleinere baankans dan mensen zonder een psychische problematiek en ook dan mensen met lichamelijke beperkingen. Ongeveer een derde van de uitkeringsgerechtigden ontvangt ggz-zorg. Dat betekent voor de zorgverzekeraars dat veel van de kosten worden gemaakt door mensen die ook een uitkering ontvangen. Tegelijkertijd is ook bekend dat mensen gezonder en gelukkiger zijn als ze meedoen in de maatschappij. Het hebben van werk draagt daaraan bij.” De conclusie was snel getrokken. Gerjan: “Als mensen weer een baan hebben, zien we dat ze minder psychische hulp nodig hebben en dat de zorgkosten dus dalen wat onze premiebetaler weer ten goede komt.”

Gerjan Prins

Verstopstruik

Waarom is ZN dan pas nu ingestapt en niet ten tijde van de oprichting van het vorige convenant in 2018? Gerjan: “De afgelopen 3 jaar waren er al allerlei samenwerkingsprojecten tussen ggz-instellingen, gemeenten en zorg­verzekeraars gaande in de verschillende arbeidsmarktregio’s. Maar niet overal liep dat even soepel.” Er waren verschillen in bekostigingsvormen, wet-en regelgeving en belangen. Afwijkende culturen, werkwijzen en doelen zorgden ervoor dat het broodnodige vertrouwen in elkaar én betrokkenheid bij de projecten regelmatig ontbraken. Op een aantal plekken pakte de samenwerking echter wel goed uit.
Gerjan: “In de regio Drechtsteden bijvoorbeeld waren er goede resultaten en was er sprake van een ‘good practice’. Het zou zonde zijn de ervaringen die we in de regio’s hebben opgedaan waar de samenwerking goed loopt, tot die regio’s te beperken. De wens om landelijk uit te breiden en op te schalen ontstond en daarvoor heb je alle partijen -gemeenten, UWV, ggz-instellingen, werkgevers- echt nodig. Omdat er wel wat bottle necks waren te slechten, hebben we besloten als branchevereniging ZN toe te treden tot het convenant. Bestuurlijke door­zettingsmacht op landelijk niveau kan ervoor zorgen dat projecten daadwerkelijk gaan lopen.”

Een struikelblok is dat zorg­verzekeraars vallen onder het domein zorg, en niet onder het domein werk. Met andere woorden: zorggeld is in principe niet bedoeld om arbeidsparticipatie te stimuleren en re-integratiegeld niet om gezondheid te bevorderen. De zorgverzekeraars moeten opereren binnen de regelgeving van de Zorgverzekeringswet en conform de regels van het Zorginstituut. Gerjan: “Dat kan soms voor partijen ook als een verstopstruik werken; als het niet mag volgens de regels binnen het zorgdomein, dan kan het dus niet en wordt er niet verder gekeken.” Maar met een nieuwe visie op de geestelijke gezondheidszorg vanuit ZN, moet er domein overstijgend worden gedacht. Gerjan gaat nog een stapje verder: “Er moet ook ruimte zijn om over de domeinen heen te investeren. Wat regelmatig gebeurt als gevolg van de verschillende wetten die we in Nederland hebben, is dat als de ene partij investeert, de opbrengst bij de andere partij terecht komt. Als de partijen dan niet over hun eigen schaduw heen durven stappen, kan dat zomaar ten koste gaan van uitstekende initiatieven. Het is dan zaak om samen te besluiten tóch die investering te doen, omdat aan het eind van de rit die opbrengst bij beide partijen terecht zal komen.” Een concreet voorbeeld: “Vanuit een zorgverzekeraar werd een jaar lang een arbeidsbemiddelaar bij de Sociale Dienst gefinancierd, die zich specifiek bezighield met werkzoekenden met een psychische problematiek. Door haar in te zetten werd voorkomen dat mensen met een psychische kwetsbaarheid die gemotiveerd waren om aan de slag te gaan, op een wachtlijst belandden en hun motivatie misschien weer zouden verliezen. Feitelijk heeft de zorgverzekeraar daarmee een investering gedaan in het werkdomein, maar aan de achterkant heeft die investering geleid tot een daling van de zorgkosten.”

Buiten de boot

Het instappen van ZN in het convenant is niet alleen ingegeven door die dalende zorgkosten. De zorg­verzekeraars handelen ook uit sociale betrokkenheid. Gerjan Prins hierover: “Gemeenten hebben te maken met allerlei verschillende mensen die een bijstandsuitkering hebben en die allemaal naar werk moeten worden begeleid. Omdat de gemeentebudgetten beperkt zijn, wordt bij die toeleiding meestal ingezet op mensen bij wie de kans van slagen het grootst is. Mensen met een psychische kwetsbaarheid vallen dan vaak buiten de boot en komen maar mondjesmaat aan de beurt. Om juist die kwetsbare doelgroep beter te bedienen en te motiveren aan het werk te gaan, vergoeden de zorgverzekeraars de eerste acht gesprekken die mensen met een psychische kwetsbaarheid met een behandeling kunnen voeren om naar werk te worden begeleid.”

Soms moet je lef hebben om ergens in te stappen waar de kosten-baten analyse aan de voorkant nog niet helemaal scherp is

Aan het enthousiasme van Gerjan Prins als het over werk als medicijn gaat, zitten nauwelijks grenzen. Zijn zijn collega’s bij de zorgverzekeraars ook zo bevlogen? “Niet iedereen is direct overtuigd. Je moet -zeker als je gaat opereren op de grens van verschillende domeinen- mensen soms wel even in de ‘mee-stand’ krijgen. Er zijn legio voorbeelden dat wij als verzekeraar gevraagd worden mee te investeren in projecten omdat die uiteindelijk zorgkosten zouden voorkomen. We kunnen natuurlijk niet aan al die projecten meedoen, zeker als het onvoldoende duidelijk is of de baten voor de cliënt, zorgverzekeraar en de samenleving meer zijn dan de kosten. Dan bestaat het risico dat de zorg alleen maar duurder wordt, terwijl we juist met zijn allen naar manieren zoeken om die almaar stijgende zorgkosten in de hand te houden. Als zorgverzekeraar moet je dus steeds de afweging maken wat je wel en wat je niet doet, terwijl je soms ook het lef moet hebben om ergens in te stappen waar die kosten-baten analyse aan de voorkant nog niet helemaal scherp is.”

Weekend

Dat hij regelmatig zijn best moet doen om, zoals hij dat zelf noemt, zijn ‘verhaal over de bühne te brengen’, is voor Gerjan Prins geen probleem. En met zijn intrinsieke motivatie zit het ook wel goed. Op de vraag waar die vandaan komt zegt hij: “Eén van mijn favoriete uitspraken is die van een man met een psychische beperking die na jaren van thuis op de bank zitten, weer aan een baan werd geholpen. Hij vertelde dat hij het ongelooflijk fijn vond dat hij eindelijk weer weekend had; jarenlang voelden alle dagen van de week hetzelfde voor hem. Nu hij weer vijf dagen in de week werkte, had hij ook daadwerkelijk weer weekend. Die uitspraak staat voor iets groters: de man voelde zich weer onderdeel van de maatschappij, voelde dat hij weer meedeed. Die uitspraak vat voor mij heel mooi samen waarom ik het toeleiden van mensen met een psychische kwetsbaarheid naar een baan zo belangrijk vind.”

Wat heeft ZN voor ogen, wat is het doel voor de aankomende jaren? Gerjan: “Ons doel is niet heel anders dan dat van de andere convenantleden: we willen dat meer mensen met een psychische kwetsbaarheid aan het werk komen. Daarvoor hebben we binnen het convenant het opschalingsplan Hoofdzaak Werk opgezet, dat erop neerkomt dat we eind 2023 in alle 35 regio’s in totaal 3500 mensen met een psychische kwetsbaarheid naar werk begeleiden.” De ‘toeleidingsgesprekken’ laagdrempeliger maken door de eerste acht consulten te financieren, is een concrete bijdrage vanuit ZN om dit doel te behalen. Prins onderstreept nogmaals het belang van maatschappelijk herstel met als bijkomend voordeel de zorgkostendaling: “Mensen met een psychische kwetsbaarheid aan het werk helpen, draagt bij aan een meer inclusieve maatschappij en is ook nog eens goed voor de portemonnee.”

Projecten Sterk door Werk

In het Nieuws

Relevante artikelen

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on whatsapp
Share on print