Alle seinen
staan op groen

Nieuw convenant aan de slag met 18 miljoen voor IPS-trajecten

Interview met
Miranda van Soest
, coördinator convenant Sterk door Werk

Tekst: Judith van Vliet
Fotografie:
Nathan Mooij

Ze klapt haar laptop open voor wat bepaald niet haar eerste online meeting is van deze week. Gisteren nog, had ze een vergadering met afgevaardigden van alle convenantleden over de invulling en organisatie van het congres Sterk door Werk, dat gepland staat voor 4 november aanstaande. En meer overleggen zullen volgen. Dat is niet zo gek: Miranda van Soest is de coördinator van het convenant Sterk door Werk, dat werk voor mensen met een psychische kwetsbaarheid bevordert. Dat is een bescheiden omschrijving voor de functie die ze bekleedt. Ze staat in contact met alle partijen en is op alle niveaus betrokken. Als contactpersoon voor de staatssecretarissen van SZW en VWS bereidt ze gesprekken voor op bestuurlijk niveau, maar ze schuift ook aan wanneer de stuurgroep (met daarin alle bestuurders of voorzitters van de convenantpartijen) bijeenkomt of als er voor het realiseren van een specifiek speerpunt een werkgroep aan de slag gaat. Feitelijk zorgt Miranda ervoor dat de lichten bij de betrokken convenantpartijen, de politiek en de uitvoerende clubs op groen komen te staan. Dat de beweging die met de oprichting van het eerste convenant is ingezet, een ‘groene golf’ blijft die doorrolt. En dat begint z’n vruchten af te werpen, want het kabinet maakte 1 juni jongstleden bekend in het komende politieke jaar 18 miljoen euro vrij te maken voor de succesvolle re-integratiemethode IPS. 

Anders zijn

Hoe wordt een mens de spil van zo’n multidisciplinaire organisatie? Na een samenwerkingsverband tussen UWV en De Nederlandse ggz, startte in 2018 het convenant Samenwerken aan wat werkt!, de voorloper van het huidige convenant Sterk door Werk 2021-2024, en toen heeft Miranda het stokje van de toenmalige projectleider overgenomen.

“Ik werkte tevens voor het Centrum van Inclusieve Arbeidsorganisatie, dat zich richt op een brede groep mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In die periode raakte ik vooral geïnteresseerd in de groep mensen met psychische problematiek.” Het feit dat mensen met een aan de buitenkant onzichtbare aandoening vaak aan de zijlijn komen te staan en niet meer meetellen, raakt haar. Miranda: “Ik heb zelf een partner uit een andere cultuur en ik weet hoe hij heeft geworsteld in zijn leven. Van dichtbij heb ik gezien dat de moeilijkheden die voortkomen uit het ‘anders zijn’ een enorme impact kunnen hebben. Het is natuurlijk een andere situatie dan waarin mensen met psychische problematiek zitten, maar de consequenties van dat aan de zijlijn gezet worden, er niet bij horen, uitgesloten zijn van deelname, die zijn gigantisch en ontzettend schrijnend. Dat maakt dat ik me wil inzetten voor deze groep.”

Het bijstellen van de beeldvorming over mensen met een psychische kwetsbaarheid is een belangrijk thema voor Miranda. “Dat proberen we ook met Sterk door Werk; uit recent onderzoek van Evelien Brouwers, Professor of Mental Health and Sustainable Employment bij Tranzo, Tilburg University, is gebleken dat het beeld dat werkgevers hebben gewoon niet reëel is. Ze zijn bang voor mogelijk negatieve invloed op de werksfeer als ze iemand aannemen met een psychische kwetsbaarheid, of ze weten niet hoe ze iemand kunnen bijstaan, zijn bang dat mensen opnieuw uitvallen. Met Sterk door Werk proberen we iets te veranderen in die mindset, en het mooie is dat het nu langzaam de vruchten begint af te werpen. Daar zit mijn drive ook.” Uit onderzoek blijkt dat één op de drie werkgevers wel degelijk een werknemer met een psychische kwetsbaarheid wil aannemen, maar dat hij of zij vaak niet weet hoe dat te organiseren. Om een verandering in beeldvorming te bewerkstelligen bij zowel werkgevers als professionals moet niet alleen bewustwording rondom stigma gecreëerd worden, maar zijn ook handreikingen nodig om de werkgevers én professionals te ondersteunen. “We zien dat de professionals in de behandelkamer nog vaak een drempel over moeten om (toeleiding naar) werk te zien als onderdeel van het herstel. Vaak wordt nog gedacht dat een baan iets is voor een latere fase, als de cliënt hersteld is. Terwijl wij vanuit Sterk voor Werk graag zouden zien dat het gesprek over werk geïntegreerd wordt in het behandelplan.” In dat behandeltraject zou er volgens Miranda sowieso meer aandacht mogen zijn voor interesses, passies, wensen en toekomstplannen van de cliënt. “Een aantal jaren geleden sprak ik een jongeman die door een psychose een tijd uit het arbeidsproces was geweest, maar inmiddels weer aan de slag was. Hij gaf aan dat de hulpverlener die hem het meest geholpen had, degene was die met hem was gaan praten over wat hij leuk vond. En interessant: eigenlijk heel gewone, normale vragen. De jongeman vertelde dat hij een passie had voor film. Samen met de hulpverlener heeft hij toen een plan gemaakt hoe hij in die beroepssector werk zou kunnen vinden en dat resulteerde in een baan in de filmwereld. Het verhaal is me altijd bijgebleven, omdat die hulpverlener de interesses van zijn cliënt had gekoppeld aan een baan die bij hem zou passen en dat bleek een positief effect te hebben op het herstel van zijn cliënt.”

Miranda van Soest
coördinator convenant Sterk door Werk

Hoofdzaak } Werk

Het bieden van ondersteuning aan werkgevers en professionals was al een belangrijke taak van het voorgaande convenant en daar zal in de verlenging nog steeds de focus op blijven liggen. Daarnaast blijft de samenwerking tussen de verschillende partijen ook een speerpunt. Miranda van Soest zegt hierover: “De afgelopen jaren is er ingezet op samenwerking en elkaars taal ‘leren begrijpen’. Zorg en werk zijn nog altijd twee systemen die niet automatisch in elkaar overvloeien. Sinds 2018 is er door alle convenantleden hard gewerkt aan het neerleggen van een infrastructuur om kennis en informatie met elkaar te delen, maar we moeten ervoor zorgen dat die samenwerking ook geborgd blijft. De wil is er wel, maar soms zijn bijvoorbeeld de budgetten bij gemeenten te beperkt en motivaties bij behandelaren te gering om het gezamenlijke doel, namelijk het vinden en behouden van een baan voor mensen met een psychische kwetsbaarheid, continu op de prioriteitenlijst te blijven plaatsen.”

Dus een verlenging van het convenant is nodig om de bereikte doelen vast te houden, maar er zijn ook nieuwe speerpunten. Het meest in het oog springende is de zogenaamde ‘opschaling’. Miranda, lachend: “Toevallig hebben we afgelopen week tijdens een overleg een mooie naam bedacht voor dit plan: ‘Hoofdzaak Werk’. Het verwijst naar het meest concrete doel voor de aankomende tijd: het aantal mensen met een psychische aandoening dat naar een betaalde baan wordt toegeleid, moet omhoog. En natuurlijk moeten deelnemers die al werk hebben, die baan ook behouden.” Na drie jaar voorbereidend werk, moeten de resultaten tijdens het nieuwe convenant zichtbaar worden.

Zorgverzekeraars

Hoe dat voor elkaar te boksen? Miranda: “Allereerst hebben we ons convenant uitgebreid met een nieuwe partij: Zorgverzekeraars Nederland, de overkoepelende organisatie van de individuele zorgverzekeraars. Vanuit Sterk voor Werk hebben we gekeken of de eerste acht gesprekken over toeleiding naar werk gedeclareerd zouden kunnen worden bij de zorgverzekeraars. Dat is nog niet zo makkelijk als het klinkt, want de zorgverzekeraars zitten qua financiering uiteraard op zorg en dat is een ander domein dan werk. Maar inmiddels nemen zij de maatschappelijke context dat werk herstel bevorderend is, mee in de koers die ze varen en is de toezegging vanuit Zorgverzekeraars Nederland om die eerste acht toeleidingsgesprekken te betalen, gedaan.”

“Met die 18 miljoen euro kunnen 2300 IPS-trajecten worden gestart, dat is echt geweldig nieuws’’

2300 IPS-trajecten

“Wat ook belangrijk is, is het commitment vanuit bestuurders om zich in te blijven zetten om de beweging die we op gang hebben gebracht, te continueren. De wil om inderdaad de aantallen mensen met een psychische kwetsbaarheid naar werk toe te leiden of te zorgen dat zij hun werk behouden drastisch op te schroeven, is een absolute vereiste. En ook dat bestuurders openstaan voor de manieren waarop we die opschaling aanpakken.”

Een andere belangrijke manier om zichtbare resultaten te gaan boeken, heeft -hoe kan het ook anders- alles te maken met geld. Miranda: “Afgelopen maart is ons in het bestuurlijk overleg toegezegd dat we ondersteuningsgelden vanuit de ministeries SZW en VWS daadwerkelijk gaan ontvangen. Het ondersteuningsgeld is nodig om lopende projecten te betalen en om de regionale samenwerkingsverbanden tussen GGZ en Werk & Inkomen in stand te houden. Daar hebben we binnen het convenant ook hard aan gewerkt om die financiering opnieuw te krijgen, dus dat is een mooi resultaat.”  Maar het grootste succes dat het convenant heeft geboekt, is de toezegging van het kabinet dat het voor 2021 en 2022 18 miljoen euro vrijmaakt dat kan worden ingezet als trajectgeld. Miranda: “Met die 18 miljoen euro kunnen 2300 IPS-trajecten worden gestart, dat is echt geweldig nieuws. Daarmee kunnen we ‘de opschaling’ een enorme boost geven.”

Miranda van Soest, een vrouw met een missie. Alweer door naar de volgende afspraak. In haar agenda voorlopig weinig witte vlakken; de verlenging van het convenant én de toezegging van ondersteunings- en trajectgelden vanuit het kabinet brengt genoeg werk met zich mee. Aan Miranda de taak om alle neuzen in dezelfde richting te krijgen en, misschien wel het allerbelangrijkste; de groene golf door te laten rollen.

Projecten Sterk door Werk

In het nieuws

Relevante artikelen

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on whatsapp
Share on print